ECLI:NL:RVS:2022:2928
Raad van State · 12-10-2022 · zaaknummer 202006288/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 8 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een aanvraag van [appellante] om een voorrangsverklaring afgewezen. [appellante] heeft een aanvraag ingediend voor een voorrangsverklaring. Zij huurt sinds 30 november 2016 de woning aan de [locatie] in Den Haag van de gemeente Den Haag. Zij woont daar met haar gezin, dat ten tijde van de aanvraag bestond uit haarzelf, haar echtgenoot en haar twee kinderen. [appellante] heeft de aanvraag ingediend omdat sprake is van onderhoudsklachten, wateroverlast, vocht- en schimmelproblematiek en ongedierte in de woning. Zij wil door middel van een voorrangsverklaring met voorrang een andere woning krijgen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
