ECLI:NL:RVS:2022:2813
Raad van State · 28-09-2022 · zaaknummer 202102256/1/R3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 20 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om de overtreding, het verwijderen van het schoorsteenkanaal gebouwd zonder omgevingsvergunning op het adres [locatie 1] te Den Haag, te beëindigen. [appellant] heeft bij een verbouwing van haar woning op de eerste verdieping aan het [locatie 1] te Den Haag, het schoorsteenkanaal in haar woonkamer verwijderd. [partij] woont in de woning op het adres [locatie 2], onder de woning van [appellant]. Het schoorsteenkanaal is een gemeenschappelijk kanaal van de boven- en benedenwoningen. Bij brief van 20 november 2018 heeft de Haagse Pandbrigade [appellant] geïnformeerd dat tijdens een op 22 augustus 2018 verrichte controle geconstateerd is dat [appellant] het gemeenschappelijk schoorsteenkanaal in de woonkamer op de eerste etage heeft verwijderd zonder in het bezit te zijn van de vereiste omgevingsvergunning.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
