ECLI:NL:RVS:2022:2617
Raad van State · 07-09-2022 · zaaknummer 202107352/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 8 november 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen onder meer het recht op kinderopvangtoeslag van [appellante] over 2018 definitief berekend en vastgesteld op € 8.554,00 en een bedrag van € 544,00 teruggevorderd. Bij het besluit van 8 november 2019 is het recht op kinderopvangtoeslag voor het jaar 2018 van [appellante] definitief vastgesteld op € 8.554,00. Omdat [appellante] in totaal € 9.091,00 aan voorschotten heeft ontvangen, moet zij € 544,00 (inclusief rente) terugbetalen. [appellante] stelt dat ten onrechte € 544,00 van haar wordt teruggevorderd omdat zij in werkelijkheid maar € 8.549,00 aan kinderopvangtoeslag op haar bankrekening zou hebben ontvangen. De Belastingdienst/Toeslagen stelt dat dit komt omdat van de toegekende kinderopvangtoeslag een bedrag van € 541,00 is aangewend voor de verrekening van openstaande vorderingen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
