ECLI:NL:RVS:2022:2568
Raad van State · 02-09-2022 · zaaknummer 202200268/1/A3 en 202200268/2/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 30 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellant] voor een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] woont met zijn echtgenote en twee kinderen in een bovenwoning op de eerste etage aan de Amsterdamse Veerkade te Den Haag. De bovenwoning bestaat uit één kamer van 31 m2. Hij woont daar sinds 6 september 2018. Daarvoor woonde hij in een andere studio. Op 16 juli 2018 zijn zijn twee kinderen vanuit het buitenland naar Nederland gekomen. Zijn echtgenote is op 23 oktober 2018 naar Nederland gekomen. Omdat de bovenwoning te klein is voor zijn gezin, heeft [appellant] op 1 juli 2020 een aanvraag voor een urgentieverklaring bij het college ingediend.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
