ECLI:NL:RVS:2022:2482
Raad van State · 24-08-2022 · zaaknummer 202006462/1/A2
Inhoudsindicatie
[appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen een mededeling van de Belastingdienst/Toeslagen van 7 november 2019 dat hij een bedrag van € 2.312,00 aan kindgebonden budget over het jaar 2018 moet terugbetalen. Bij besluit van 8 november 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het kindgebonden budget van [appellant] voor het jaar 2018 definitief vastgesteld op € 2.014,00. Daarbij heeft de dienst medegedeeld dat de SVB het kindgebonden budget uitbetaalt, omdat sprake is van een buitenlandse gezinsbijslag. Omdat de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot kindgebonden budget over 2018 inmiddels al had uitbetaald aan [appellant], heeft de dienst het bedrag van € 2.312,00 van hem teruggevorderd. Dat staat in de brief van de Belastingdienst/Toeslagen van 7 november 2019. [appellant] heeft geen bezwaar gemaakt tegen de definitieve vaststelling van de hoogte van het kindgebonden budget over 2018, maar wel tegen het moeten terugbetalen van € 2.312,00 aan de Belastingdienst/Toeslagen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
