ECLI:NL:RVS:2022:2471
Raad van State · 24-08-2022 · zaaknummer 202004598/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 9 februari 2019 en bij besluit van 25 februari 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de kinderopvangtoeslag over respectievelijk het jaar 2016 en 2017, op nihil gesteld. De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij het besluit van 9 februari 2019 en bij het besluit van 25 februari 2019, de kinderopvangtoeslag voor [appellante] over 2016 en 2017 op nihil vastgesteld. [appellante] heeft tegen beide besluiten bezwaar gemaakt. Zij heeft hierbij aangevoerd dat zij in 2016 en 2017 gebruik heeft gemaakt van professionele kinderopvang en dat zij hiervoor kosten heeft gemaakt. De Belastingdienst/Toeslagen heeft de bezwaren tegen beide besluiten ongegrond verklaard bij respectievelijk het besluit van 20 mei 2019 en het besluit van 25 mei 2019. De dienst heeft hierbij toegelicht dat uit de door [appellante] overgelegde stukken niet blijkt dat zij de volledige kosten van de kinderopvang in 2016 heeft betaald en hoe hoog de kosten van de kinderopvang in 2017 zijn geweest.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
