ECLI:NL:RVS:2022:2446
Raad van State · 24-08-2022 · zaaknummer 202105284/1/R1
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 20 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Laarbeek het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het storten van vervuilde grond op het adres [locatie 1] te Aarle-Rixtel en tegen het handelen in strijd met het bestemmingsplan, afgewezen. Op 24 mei 2017 zijn [eigenaar A] en [eigenaar B] en [eigenaar C] eigenaar geworden van het perceel [locatie 1] te Aarle-Rixtel. Op 6 juli 2017 hebben zij dit perceel gesplitst, waardoor drie nieuwe kadastrale percelen zijn ontstaan, met de nummers 888, 889 en 890. Op de percelen lagen enkele vijvers. [appellant] woont tegenover het perceel [locatie 1], op het perceel [locatie 2]. [appellant] komt op tegen de afwijzing van zijn verzoek om handhavend op te treden tegen het storten van vervuilde grond op en in de vijvers op het perceel [locatie 1]. Volgens [appellant] heeft het college ten onrechte gesteld dat er geen strijd is met de Wet bodembescherming.
Rechters
Advocaten
- R. Janssen
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Laarbeek
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Laarbeek
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
