ECLI:NL:RVS:2022:239
Raad van State · 26-01-2022 · zaaknummer 202004226/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 9 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht besloten om de parkeervergunning van [wederpartij] per 13 augustus 2019 in te trekken. Het college heeft de parkeervergunning van [wederpartij] op 13 augustus 2019 ingetrokken, omdat hij volgens het college door een verhuizing niet meer voldoet aan de voorwaarden om een parkeervergunning te hebben. [wederpartij] heeft daartegen bezwaar gemaakt, omdat zijn verhuizing binnen hetzelfde appartementencomplex en daarmee binnen hetzelfde deelrayon heeft plaatsgevonden. Volgens [wederpartij] mag hij volgens de gemeentelijke parkeerregels zijn parkeervergunning voor zijn nieuwe adres daarom behouden. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het de parkeervergunning gelet op de gemeentelijke parkeerregels mocht intrekken.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
