ECLI:NL:RVS:2022:2381
Raad van State · 17-08-2022 · zaaknummer 202103638/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 11 september 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het recht van [appellante] op zorg- en huurtoeslag over 2019 definitief vastgesteld op € 1.189,- respectievelijk € 1.950,- en € 886,- aan te veel uitbetaalde huurtoeslag van haar teruggevorderd. Bij besluit van 27 december 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen aan [appellante] een voorschot zorg- en huurtoeslag over 2019 toegekend van € 1.189,- respectievelijk € 2.836,-. Bij dit besluit is de dienst uitgegaan van een toetsingsinkomen van [appellante] van € 15.807,-. Bij dit besluit is de dienst uitgegaan van een toetsingsinkomen van [appellante] van € 19.181,-. [appellante] heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Dit bezwaar heeft de dienst bij besluit van 25 november 2020 ongegrond verklaard. Volgens de dienst volgt uit de regelgeving dat hij uit moet gaan van het toetsingsinkomen zoals dat door de inspecteur van de inkomstenbelasting is vastgesteld.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
