ECLI:NL:RVS:2022:2316
Raad van State · 10-08-2022 · zaaknummer 202107567/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 10 april 2020 heeft de burgemeester van Utrecht aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. [appellant] is op 12 maart 2020, om 01:30 uur, als bijrijder van een voertuig aangehouden door de politie Midden-Nederland. Naar aanleiding van de bevindingen die zijn opgetekend in de bestuurlijke rapportage van 20 maart 2020 heeft de burgemeester de in het voertuig aangetroffen gereedschappen aangemerkt als inbrekerswerktuigen. Het is op grond van artikel 2:24, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 verboden om inbrekersvoertuigen te vervoeren of bij zich te hebben. Om te voorkomen dat [appellant] in de toekomst opnieuw dit verbod zal overtreden, heeft de burgemeester aan hem de last onder dwangsom opgelegd. Indien blijkt dat [appellant] weer inbrekerswerktuigen vervoert of bij zich heeft, moet hij per geconstateerde overtreding een dwangsom van € 2.500,- betalen, met een maximum van € 10.000,-.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
