ECLI:NL:RVS:2022:2308
Raad van State · 10-08-2022 · zaaknummer 202105190/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 20 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft een urgentieverklaring aangevraagd voor zichzelf en haar twee minderjarige dochters omdat zij dringend woonruimte nodig heeft na verblijf in een opvanghuis. Na haar echtscheiding is [appellante] namelijk dakloos geworden. Haar dochters verblijven de helft van de tijd bij haar. Daarnaast heeft [appellante] last van psychische en lichamelijke klachten, waaronder een posttraumatische stressstoornis en adenomyose. Het college heeft de urgentieaanvraag afgewezen op grond van artikel 11, vierde lid, aanhef en onder a en h, van de Huisvestingsverordening Almere 2019. [appellante] heeft namelijk niet voldaan aan de voorwaarde dat zij minimaal twee jaar onafgebroken ingezetene van de gemeente Almere is.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
