ECLI:NL:RVS:2022:2265
Raad van State · 03-08-2022 · zaaknummer 202107244/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 10 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Medemblik een aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] heeft het college bij brief van 14 augustus 2019, bij de gemeente binnengekomen op 19 augustus 2019, verzocht om een tegemoetkoming in planschade. In die brief heeft hij gesteld dat, voor zover hier van belang, hij als gevolg van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Dorpskernen IV (hierna: het nieuwe bestemmingsplan) planschade in de vorm van waardevermindering van het perceel aan de [locatie] heeft geleden. Het nieuwe bestemmingsplan is vastgesteld op 4 juli 2013, in werking getreden op 11 oktober 2013 (hierna: de peildatum) en onherroepelijk geworden op 20 augustus 2014. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de aanvraag om tegemoetkoming in planschade kennelijk ongegrond is.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
