ECLI:NL:RVS:2022:2222
Raad van State · 03-08-2022 · zaaknummer 202006551/3/R1
Inhoudsindicatie
Bij tussenuitspraak van 15 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2820, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak de raad van de gemeente Hulst opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 1 oktober 2020 te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling onder 7.2 overwogen dat de raad in de plantoelichting niet is ingegaan op de in artikel 2.3 van de Omgevingsverordening Zeeland 2018 (hierna: de Omgevingsverordening) opgenomen voorwaarde dat de ruimtelijke kwaliteit door het plan aantoonbaar verbetert. De raad is in de plantoelichting ook niet ingegaan op waar de extra 319 m² aan uitbreidingsoppervlakte van de hoefijzerfabriek wordt gesaneerd. De Afdeling heeft daarom overwogen dat de raad niet aannemelijk heeft gemaakt dat de ruimtelijke kwaliteit aantoonbaar verbetert.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de gemeente Hulst
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de gemeente Hulst
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
