ECLI:NL:RVS:2022:1973
Raad van State · 13-07-2022 · zaaknummer 202006623/1/V6
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 18 september 2019 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [bedrijf] een boete opgelegd van € 36.000,00 wegens negen overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen en drie overtredingen van artikel 15a van de Wav. De minister heeft bij besluit van 18 september 2019 aan [bedrijf] een boete opgelegd van € 36.000,00 wegens overtreding van de Wav, omdat zij in de periode van 6 juli 2016 tot 29 september 2016, of een gedeelte daarvan, negen vreemdelingen arbeid liet verrichten bestaande uit verschillende productiewerkzaamheden in de tuinbouw. De vreemdelingen waren niet in het bezit van een gecombineerde vergunning voor die werkzaamheden bij [bedrijf]. [bedrijf] was voor die werkzaamheden ook niet in het bezit van tewerkstellingsvergunningen. De minister heeft de boete met 25% gematigd, omdat er tussen het afronden van het onderzoek en het insturen van het boeterapport een periode zit van meer dan een half jaar.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
