ECLI:NL:RVS:2022:1890
Raad van State · 06-07-2022 · zaaknummer 202104621/1/R3 en 202104629/1/R3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 27 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag geweigerd handhavend op te treden tegen het in werking hebben van het carillon van de Grote Kerk te Den Haag. [appellant] woont aan [locatie] te Den Haag. Zijn woning ligt in de directe nabijheid van de Grote Kerk. In de spits van de kerktoren is een carillon aanwezig. Het carillon wordt op maandag, woensdag en vrijdag tussen 12:00 en 13:00 bespeeld door een beiaardier. Daarnaast is er een speeltrommel aanwezig, door middel waarvan het carillon tussen 08:15 en 21:00 elk kwartier automatisch melodieën ten gehore brengt. Bij brief van 16 mei 2018 heeft [appellant] het college verzocht handhavend op te treden tegen het in werking hebben van het carillon in de Grote Kerk vanwege de geluidhinder die hij daardoor ervaart.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
