ECLI:NL:RVS:2022:1834
Raad van State · 29-06-2022 · zaaknummer 202101902/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 23 april 2019 heeft de korpschef van politie (hierna: de korpschef) het aan [appellant] verleende verlof tot het voorhanden hebben van wapens en/of munitie ingetrokken. [appellant] is bestuurslid van [schietvereniging]. In 2018 hebben twee leden van die schietvereniging een aanvraag ingediend middels een WM3-formulier, dat is een aanvraag voor een verlof tot het voorhanden hebben van wapens en/of munitie ten behoeve van de schietsport. Deze aanvraag riep vragen op bij de korpschef. Dat was aanleiding voor hem om nader onderzoek te doen naar de schietvereniging. Dit onderzoek leverde ook vragen op naar het handelen van [wapenhandel] (hierna: de wapenhandel). Deze wapenhandel is daarom ook verder onderzocht. De onderzoeksresultaten staan in een op ambtseed en ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van 15 juli 2019.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
