ECLI:NL:RVS:2022:1744
Raad van State · 22-06-2022 · zaaknummer 202101676/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 1 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 6.000,00 wegens het zonder vergunning omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte. Naar aanleiding van een melding woonfraude heeft op 6 maart 2019 een controle plaatsgevonden in de woning aan [locatie] te Amsterdam. Hiervan is een rapport van bevindingen opgemaakt. In dit rapport staat dat in de basisregistratie personen (hierna: brp) drie personen stonden ingeschreven op het adres, terwijl uit het huisbezoek bleek dat de woning door vier personen werd bewoond. Ze hebben allemaal een eigen kamer, maar delen de aanwezige voorzieningen in de woning. Aan de boeteoplegging ligt ten grondslag dat de bewoners geen gemeenschappelijke huishouding voerden en dat van inwoning geen sprake is en evenmin van een woongroep.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
