ECLI:NL:RVS:2022:1684
Raad van State · 15-06-2022 · zaaknummer 202106984/1/R4
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 24 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het openbreken van een keldergewelf in het pand [locatie] in Utrecht, afgewezen. Deze zaak gaat over het derde beroep van [appellant] tegen het uitblijven van een besluit op zijn bezwaar tegen het besluit van 24 juli 2019. De rechtbank heeft het eerste beroep bij uitspraak van 1 mei 2020 gegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank het college opgedragen om binnen zes weken na verzending van die uitspraak een besluit op het bezwaar te nemen en bepaald dat het college aan [appellant] een dwangsom van € 100,00 verbeurt voor elke dag waarmee het deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,00. De rechtbank heeft het tweede beroep bij uitspraak van 18 maart 2021 gegrond verklaard.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
