ECLI:NL:RVS:2022:148
Raad van State · 19-01-2022 · zaaknummer 202100059/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 2 juni 2017 heeft de korpschef van politie besloten op een verzoek van [appellante] om haar mede te delen of hij persoonsgegevens van haar verwerkt. [appellante] is in verscheidene procedures verwikkeld over de manier waarop zij is behandeld door de politie en hoe daarbij met haar persoonsgegevens is omgegaan. In een disciplinair onderzoek naar een wijkagent zijn persoonlijke gegevens en verklaringen van [appellante] met de wijkagent gedeeld, terwijl zij daarvoor geen toestemming had gegeven. De wijkagent heeft de gegevens gedeeld met derden, waaronder de pers. Het disciplinair onderzoek heeft uiteindelijk geleid tot het ontslag van de wijkagent. Omdat [appellante] precies wil weten aan wie de korpschef haar persoonsgegevens heeft verstrekt, heeft zij de korpschef op 28 februari 2017 verzocht om haar mede te delen of hij haar persoonsgegevens verwerkt en, indien dat het geval is, welke persoonsgegevens worden verwerkt, wat daarvan het doel is en aan wie die gegevens zijn verstrekt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
politie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
politie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
