ECLI:NL:RVS:2022:1289
Raad van State · 04-05-2022 · zaaknummer 202106016/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 13 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere het verzoek van [appellante] om een urgentieverklaring als woningzoekende afgewezen. [appellante] woonde sinds mei 2018 in een instelling voor begeleid wonen. Zij heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat zij zich in de instelling onveilig voelde na een aantal incidenten. Haar huisarts, therapeut en begeleiders zijn met haar eens dat een eigen zelfstandige woonruimte met ambulante begeleiding het beste voor haar is. [appellante] wil in Almere blijven wonen omdat zij alleen met die gemeente binding heeft. Het college heeft in het ingediende nader stuk gesteld dat zij inmiddels niet meer in de instelling woont en in de basisregistratie personen van de gemeente Almere per 20 januari 2022 is ingeschreven op een ander adres. [appellante] stelt in haar nader stuk dat ze nu feitelijk dakloos is en bij vrienden en kennissen slaapt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
