ECLI:NL:RVS:2022:1216
Raad van State · 26-04-2022 · zaaknummer 202100266/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluiten van 13 november 2018 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvragen van [appellant A] en [appellant B] om een paspoort niet in behandeling genomen. [partij] komt uit Mauritanië en heeft op 20 februari 1999 het Nederlanderschap verkregen door naturalisatie. Hij stelt kinderen te hebben met [moeder], die de Senegalese nationaliteit bezit. [partij] en zij zijn niet met elkaar gehuwd of gehuwd geweest. [partij] en de moeder hebben voor [appellant A] en [appellant B] een Nederlands paspoort aangevraagd en daarvoor een aantal documenten overgelegd. Het gaat om twee kopieën van verlate geboorteaktes, opgemaakt op 2 juni 2016 door de ambtenaar van de burgerlijke stand van Dounga Lao (Senegal), en twee uittreksels van de daaraan ten grondslag liggende gerechtelijke uitspraken van 24 mei 2016 van ‘Ie tribunal d’instance de Podor’. [partij] en de moeder worden in de aktes genoemd als ouders.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
