ECLI:NL:RVS:2022:1145
Raad van State · 20-04-2022 · zaaknummer 202100498/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 10 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein een verbeurde dwangsom ingevorderd ter hoogte van € 5.000,00. Bij besluit van 14 juni 2019 heeft de burgemeester een verbeurde dwangsom ingevorderd van € 5.000,00 vanwege nog een overtreding. Bij besluiten van 12 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein opnieuw het door [partij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en de hoogte van de in te vorderen verbeurde dwangsommen lager vastgesteld. Bij besluit van 1 juni 2017 heeft de burgemeester aan [partij] een last onder dwangsom opgelegd wegens een overtreding van het verbod uit artikel 2:44, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening om op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
