ECLI:NL:RVS:2022:1093
Raad van State · 13-04-2022 · zaaknummer 202104721/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 29 april 2021 heeft de burgemeester van Utrecht [appellant] voor een periode van tien dagen een huisverbod opgelegd. [appellant] woonde bij zijn ouders. Zij zijn ongeveer 90 jaar oud en hebben meerdere medische problemen. Een zorgmedewerker van de ouders zou op 28 april 2021 hebben gezien dat [appellant] zijn moeder in het gezicht spuugde. De zorgmedewerker heeft dit besproken met de broers en zussen van [appellant]. Die hebben daarop met de ouders gesproken en de ouders hebben toen gezegd dat ze jarenlang mishandeld werden door [appellant]. De broers en zussen hebben daarna de sloten van het huis vervangen. Toen [appellant] daar op 29 april 2021 achter kwam, heeft hij geschreeuwd, gedreigd en tegen de deur getrapt. De politie en Veilig Thuis zijn ter plaatse geweest. De burgemeester heeft [appellant] een huisverbod opgelegd op basis van het risicotaxatie-instrument huiselijk geweld. Volgens het RiHG waren er signalen dat [appellant] gewelddadig was.
Rechters
Advocaten
- R.P. Seger
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
