ECLI:NL:RVS:2022:1091
Raad van State · 13-04-2022 · zaaknummer 202101900/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 24 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een bewonersparkeervergunning afgewezen. [appellant] woont op de [locatie] in Amsterdam. Op 10 juli 2019 heeft hij een bewonersparkeervergunning aangevraagd. Het college heeft zijn aanvraag afgewezen op grond van de Parkeerverordening 2013 en het Uitwerkingsbesluit Parkeerverordening. Het adres van [appellant] ligt in het deelvergunninggebied West-6.2, waar een nulplafond is ingesteld. Dat betekent dat het aantal te verlenen vergunningen in dat gebied is vastgesteld op nul en dat geen parkeervergunningen worden verleend. [appellant] voert aan dat de rechtbank heeft miskend dat het college op grond van §1.5 van de Nota Parkeernormen Auto 2017 kan afwijken van het nulplafond als er bij de nieuwbouw geen eis is voor parkeerplaatsen op eigen terrein en de parkeerdruk in de buurt dit toelaat.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
