ECLI:NL:RVS:2022:1010
Raad van State · 06-04-2022 · zaaknummer 202100015/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 23 maart 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag van [appellante] voor het jaar 2020 vastgesteld op € 2.243,00. [appellante] heeft op 25 februari 2020 met terugwerkende kracht per 1 januari 2019 zorgtoeslag aangevraagd. Bij het besluit van 23 maart 2020, gehandhaafd bij het besluit van 2 juli 2020, heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag van [appellante] voor het jaar 2020 vastgesteld op € 2.243,00. Daarbij heeft de dienst [gemachtigde A] als toeslagpartner aangemerkt. Hoewel [appellante] en [gemachtigde A] sinds 6 oktober 2016 niet meer staan ingeschreven op hetzelfde adres in de Basisregistratie personen waren zij in de periode van belang wel gehuwd, aldus de dienst. [appellante] betoogt in de eerste plaats dat de rechtbank [gemachtigde A], die zij had gemachtigd om haar zaak te behartigen, ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld om de zaak ter zitting toe te lichten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
