ECLI:NL:RVS:2022:1003
Raad van State · 06-04-2022 · zaaknummer 202100603/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 25 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellant] om een voorrangsverklaring als woningzoekende afgewezen. [appellant] woont bij haar meerderjarige zoon in een driekamerwoning, gelegen op de tweede verdieping. De woning is bereikbaar via een trap, zonder lift. Zij heeft de voorrangsverklaring aangevraagd omdat zij wegens rug- en knieklachten niet goed kan traplopen. Het college heeft een GGD-arts om advies verzocht. Deze heeft een Sociaal Medisch Advies opgesteld. Daaruit volgt dat [appellant] langdurige rug- en knieklachten heeft, waarvoor zij is behandeld en behandeld kan worden, en pijnstillers gebruikt. Volgens de GGD-arts gaat het om medische beperkingen voor lang staan, lopen en traplopen. Traplopen gaat redelijk, in een rustig tempo. Ook heeft de GGD-arts psychische en psychosociale klachten vastgesteld waarvoor [appellant] wordt behandeld.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
