ECLI:NL:RVS:2021:962
Raad van State · 04-05-2021 · zaaknummer 202003491/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 3 april 2019 heeft de algemeen directeur (lees: de directie) van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het verzoek van [appellant] om herziening van het besluit van 14 november 2017, waarbij hij is verplicht mee te werken aan een onderzoek naar zijn alcoholgebruik, afgewezen. Bij besluit van 14 november 2017 heeft het CBR [appellant] verplicht mee te werken aan een onderzoek naar zijn alcoholgebruik. Daaraan heeft het CBR een mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 van de Politie Eenheid Rotterdam van 3 november 2017 ten grondslag gelegd. Uit de bijgevoegde processen-verbaal blijkt dat de politie op 31 oktober 2017 [appellant] als bestuurder van een auto heeft aangehouden wegens het rijden onder invloed van alcohol. Daaruit blijkt ook dat [appellant] heeft verklaard dat hij niet de bestuurder van de auto was. Hij heeft echter geen bezwaar gemaakt tegen het besluit van 14 november 2017.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
