ECLI:NL:RVS:2021:841
Raad van State · 21-04-2021 · zaaknummer 202003086/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 26 april 2019 heeft de de commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. [appellant] heeft aan zijn aanvraag van 8 januari 2019 ten grondslag gelegd dat hij slachtoffer is geworden van een steekincident met een mes. Hij heeft hierdoor letsel aan zijn gezicht opgelopen waarvoor hij is behandeld op de spoedeisende hulp. Bij het besluit van 26 april 2019, gehandhaafd bij het besluit van 18 september 2019, heeft de CSG deze aanvraag afgewezen, omdat volgens de CSG geen sprake is van ernstig letsel als bedoeld in artikel 3 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven. Daarbij is van belang dat het litteken van [appellant] volgens de CSG niet als ontsierend kan worden aangemerkt als bedoeld in de Letsellijst Schadefonds Geweldsmisdrijven.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
