ECLI:NL:RVS:2021:787
Raad van State · 14-04-2021 · zaaknummer 201908564/2/R4
Inhoudsindicatie
Bij het besluit van 27 februari 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant Chijnsgoed en anderen onder meer gelast om de overtreding van artikel 10.40, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet milieubeheer (last 5) te beëindigen en beëindigd te houden met de verplichting tot betaling van een dwangsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Het college heeft aan Chijnsgoed en anderen een last onder dwangsom opgelegd. In beroep betogen zij onder meer dat de dwangsom te hoog is en dat de hoogte van de dwangsom onvoldoende is gemotiveerd. In de tussenuitspraak van 4 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2603, heeft de Afdeling overwogen dat het college de hoogte van de dwangsom niet deugdelijk heeft gemotiveerd. Bij de tussenuitspraak heeft de Afdeling het college opgedragen om met inachtneming van overweging 7 nader te motiveren hoe het tot de gekozen formulering van de last onder dwangsom is gekomen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
