ECLI:NL:RVS:2021:574
Raad van State · 17-03-2021 · zaaknummer 201909044/1/R3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 19 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân afwijzend beslist op het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen een op het perceel [adres] in [woonplaats] geplaatste schutting. [appellant] heeft het college op 9 juli 2018 verzocht om handhavend op te treden tegen de op het perceel geplaatste schutting evenwijdig aan de inrit van zijn woning. Op 17 juli 2018 is een controle uitgevoerd. Tijdens de controle is geconstateerd dat het voorste gedeelte van de schutting (voor de voorgevelrooilijn) vanaf de weg ongeveer 1 m hoog is. Het laatste gedeelte (voor de voorgevelrooilijn) is schuinoplopend en ongeveer 2 m hoog. Naar aanleiding van de controle heeft het college besloten niet handhavend op te treden, omdat handhavend optreden gelet op de omstandigheden in dit geval niet evenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
