ECLI:NL:RVS:2021:483
Raad van State · 10-03-2021 · zaaknummer 202000550/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 27 juli 2018 heeft de algemeen directeur (lees: de directie) van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellant] een onderzoek naar de geschiktheid opgelegd en de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst. [appellant] heeft niet-aangeboren hersenletsel en gebruikt volgens het CBR zware medicatie die de rijvaardigheid kan beïnvloeden. Gezien een vermoeden van ongeschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen heeft het CBR bij het besluit van 27 juli 2018, gehandhaafd bij het besluit van 10 januari 2019, een onderzoek naar de geschiktheid opgelegd. Ook heeft het CBR de geldigheid van het rijbewijs van [appellant] hangende de uitkomst van dit onderzoek geschorst. Bij het besluit van 5 maart 2019 heeft het CBR, gezien de uitkomst van het onderzoek, het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard. Doordat [appellant] diazepam gebruikt, is hij volgens het CBR niet geschikt voor deelname aan het gemotoriseerde verkeer.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
