ECLI:NL:RVS:2021:42
Raad van State · 13-01-2021 · zaaknummer 201903907/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 6 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. Sinds 9 mei 2016 woont [appellant] in de benedenwoning aan de [locatie] in Utrecht. Daarvoor woonde hij in een appartement op de achtste etage. Hij heeft de benedenwoning gevonden en aanvaard nadat hij op grond van een medisch advies in aanmerking was gekomen voor een urgentieverklaring. Bij die verklaring was een benedenwoning als zoekprofiel toegekend. [appellant] is bij Altrecht, een instelling voor geestelijke gezondheidszorg, onder behandeling wegens ernstige psychische klachten. Het college heeft de aanvraag afgewezen, omdat hij niet aan de voorwaarden van artikel 2.5.1 van de Huisvestingsverordening voor een urgentieverklaring voldoet.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
