ECLI:NL:RVS:2021:375
Raad van State · 24-02-2021 · zaaknummer 202005896/1/R4
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 29 maart 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aa en Hunze aan [vergunninghouder] omgevingsvergunning verleend ter legalisering van een reeds bestaande berging op het perceel [locatie 1]. Bij besluit van 29 maart 2017 heeft het college omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren van een bestaand bijgebouw van 2,40 m hoog, 2,60 m breed en 3,60 m breed op het perceel [locatie 1]. [appellant] woont op het perceel [locatie 2] gelegen schuin achter dit perceel. Vanuit zijn woning heeft hij zicht op het bij besluit van 29 maart 2017 vergunde bijgebouw. Het bijgebouw staat in de zijtuin van het perceel van [vergunninghouder] tegen de perceelsgrens van het perceel van [appellant].
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Aa en Hunze
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Aa en Hunze
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
