ECLI:NL:RVS:2021:2927
Raad van State · 22-12-2021 · zaaknummer 202005693/1/R3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 14 mei 2019 heeft de burgemeester van Den Haag aan [appellante] een exploitatievergunning verleend voor de horeca-inrichting aan de [locatie] te Den Haag. [appellante] heeft de [wijnbar] in januari 2019 gekocht. Zij heeft de burgemeester verzocht om verlening van een exploitatievergunning op grond van artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Den Haag voor de exploitatie van een wijnbar annex wijnwinkel behorende tot categorie 2 op het perceel. De burgemeester heeft de vergunning verleend. Hij heeft zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 2:28, vijfde lid, aanhef en onder a, van de APV zich hier niet voordoet, omdat de exploitatie van de horeca-inrichting niet in strijd is met het bestemmingsplan "Binnenhof e.o.".
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
