ECLI:NL:RVS:2021:2844
Raad van State · 15-12-2021 · zaaknummer 202100503/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 18 september 2019 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat de aanvraag van [wederpartij] tot het vernieuwen van zijn vaarbevoegdheidsbewijs, afgewezen. [wederpartij] heeft in 2019 een aanvraag gedaan tot het vernieuwen van zijn vaarbevoegdheidsbewijs. De minister heeft de aanvraag afgewezen omdat [wederpartij] niet in het bezit was van alle benodigde certificaten. Hierdoor beschikte [wederpartij] niet over de bekwaamheidsbewijzen die vereist zijn voor afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs. Daarnaast was [wederpartij] op het moment van de aanvraag niet in het bezit van een geldig vaarbevoegdheidsbewijs. Zijn vaarbevoegdheidsbewijs was op dat moment langer dan vijf jaar verlopen. De minister betoogt dat de rechtbank een verkeerde toepassing heeft gegeven aan artikel 8 van het Besluit.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
