ECLI:NL:RVS:2021:2497
Raad van State · 10-11-2021 · zaaknummer 202006614/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 14 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. Bij besluit van 18 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellante] heeft op 3 juni 2020 een urgentieverklaring aangevraagd. Zij woonde toen met twee jonge kinderen in een tijdelijk gehuurde woning en was in verwachting van een derde kind. Omdat zij de woning na afloop van de huurovereenkomst moest verlaten is een ontruimingsprocedure in gang gezet. Het college heeft de urgentieverklaring geweigerd omdat [appellante] niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor urgentie. Na de ongegrondverklaring van het beroep daartegen door de rechtbank is de huurwoning op dezelfde dag ontruimd. Sindsdien hebben [appellante] en haar kinderen geen eigen woning. Zij verblijven via de GGD in een noodopvang.
Advocaten
- G.P. Dalaya
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
