ECLI:NL:RVS:2021:2349
Raad van State · 20-10-2021 · zaaknummer 202005520/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 20 augustus 2020 heeft de burgemeester van Rotterdam aan [wederpartij] een zogenaamd huisverbod opgelegd. Bij besluit van 20 augustus 2020 heeft de burgemeester [wederpartij] gelast de woning aan de [locatie] te Rotterdam onmiddellijk te verlaten en voor de duur van tien dagen niet te betreden, daarin aanwezig te zijn of zich daarbij op te houden. Dit besluit zal verder worden genoemd: het huisverbod. Hoewel [wederpartij] niet op dat adres woont, acht de burgemeester dit huisverbod noodzakelijk omdat de bewoonster - zijn ex-vrouw - nog vaak verbaal door [wederpartij] met de dood wordt bedreigd. De vrouw is de Nederlandse taal niet machtig en lijkt onvoldoende weerbaar. Door het opleggen van het huisverbod kan volgens de burgemeester nogmaals worden gekeken naar een passend hulpaanbod voor alle betrokken partijen.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
