ECLI:NL:RVS:2021:2274
Raad van State · 13-10-2021 · zaaknummer 202005032/1/R4
Inhoudsindicatie
Bij brief van 7 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn een gespreksverslag aan [appellant] gezonden van een gesprek tussen [appellant] en een wethouder, dat plaatsvond op 23 juli 2019. [appellant] heeft al enkele jaren een conflict met de gemeente Apeldoorn over de aankoop van een perceel grond aan de Zilverweg te Apeldoorn. [appellant] heeft over dit conflict een klacht ingediend bij de Nationale Ombudsman. Op 23 juli 2019 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen [appellant] en wethouder Willems, namens het college. Het college heeft over het verloop van dit gesprek en over wat volgens het college uit dit gesprek voortvloeit, een gespreksverslag gemaakt, dat is neergelegd in de brief van 7 augustus 2019. Volgens [appellant] heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat die brief van 7 augustus 2019 niet kan worden aangemerkt als besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
