ECLI:NL:RVS:2021:2235
Raad van State · 06-10-2021 · zaaknummer 202003596/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 2 juli 2019 heeft de korpschef van politie een verzoek van [appellant] op grond van artikel 25, eerste lid, van de Wet politiegegevens afgewezen. Bij e-mail van 11 juli 2018 aan de politie, landelijke eenheid, heeft [appellant] de korpschef verzocht hem op grond van artikel 25, eerste lid, van de Wpg inzage te verlenen in de persoonsgegevens die van hem worden verwerkt. Het gaat in het bijzonder om gegevensverwerking door het TCI (Team Criminele Inlichtingen), gegevensverwerking in het kader van rechtshulpverzoeken en gegevens die zijn verwerkt in lopende en afgesloten onderzoeken. Bij besluit van 8 februari 2019 heeft de korpschef inzage in gegevensverwerking geweigerd. Bij brief van 6 mei 2019 aan de politie, eenheid Rotterdam, heeft [appellant] een nieuw verzoek gedaan op grond van artikel 25, eerste lid, van de Wpg. Bij het besluit van 2 juli 2019 heeft de korpschef het verzoek van 6 mei 2019 aangemerkt als een herhaalde aanvraag.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
