ECLI:NL:RVS:2021:2216
Raad van State · 06-10-2021 · zaaknummer 202004937/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 21 augustus 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het kindgebonden budget van [appellant] over 2019 op € 2.763,00 gesteld. De Sociale Verzekeringsbank heeft de Belastingdienst/Toeslagen gemeld dat [appellant] aanspraak heeft op een buitenlandse gezinsbijslag, omdat de vrouw en kinderen van [appellant] in Slowakije wonen. Als aanspraak op een buitenlandse gezinsbijslag bestaat beoordeelt de SVB of dit bedrag nog moet worden aangevuld. Zo ja, dan neemt de SVB deze aanvulling voor zijn rekening. Dat heeft de SVB in het geval van [appellant] ook gedaan, vanaf 1 november 2017. De Belastingdienst/Toeslagen heeft vastgesteld dat hij over 2019 al een bedrag van € 1.364,00 had uitbetaald aan [appellant]. De dienst heeft dit bedrag teruggevorderd, omdat [appellant] van de SVB al heeft ontvangen waar hij recht op heeft. [appellant] heeft de Belastingdienst/Toeslagen ten onrechte het uitbetaalde kindgebonden budget van hem teruggevorderd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
