ECLI:NL:RVS:2021:2028
Raad van State · 08-09-2021 · zaaknummer 201908760/5/A3
Inhoudsindicatie
Bij tussenuitspraak van 30 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1392, heeft de Afdeling de minister voor Rechtsbescherming opgedragen om binnen zes weken na verzending van de uitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 30 november 2018, zoals dat bij brief van 30 oktober 2020 nader is gemotiveerd, te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak overwogen dat de minister de schriftelijke verklaring van het kind van 10 juli 2019, dat hij de in geding zijnde geslachtsnaamswijziging niet wenst, bij de nadere motivering van 30 oktober 2020 had kunnen en moeten betrekken. Niet is onderzocht of deze verklaring alsnog aanleiding moet geven voor twijfel of de geslachtsnaamswijziging in het belang van het kind moet worden geacht. [appellante] heeft bij brief van 23 augustus 2021 een zienswijze tegen het nader gemotiveerde besluit ingediend. Zij voert aan dat het kind niet op een zorgvuldige en deskundige wijze is gehoord.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
