ECLI:NL:RVS:2021:2016
Raad van State · 08-09-2021 · zaaknummer 202006741/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 4 mei 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen bepaald dat [appellante] voor de berekeningen kinderopvangtoeslag, kindgebonden budget en zorgtoeslag over 2017 en 2018 vanaf 12 januari 2017 een toeslagpartner heeft en dat de desbetreffende voorschotten lager zullen worden vastgesteld. [appellante] heeft in 2017 en 2018 voorschotten zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag ontvangen. In deze zaak staat de vraag centraal of [appellante] vanaf 12 januari 2017 tot 28 juni 2018 een toeslagpartner had. Zo ja, dan heeft dit gevolgen voor de hoogte van deze voorschotten. Vanaf 12 januari 2017 tot 28 juni 2018 stonden [appellante] en haar [echtgenoot] niet op hetzelfde adres in de Basisregistratie personen ingeschreven. In de periode daarvoor en daarna wel. Op 15 januari 2017 heeft [appellante] een wijzigingsformulier bij de Belastingdienst/Toeslagen ingediend waarop staat dat [appellante] en [echtgenoot] vanaf 12 januari 2017 van tafel en bed zijn gescheiden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
