ECLI:NL:RVS:2021:1840
Raad van State · 18-08-2021 · zaaknummer 202004589/1/R4
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 22 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [appellanten] onder oplegging van een dwangsom gelast om geen bedrijfsafval in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 en de Regeling uitvoering Afvalstoffenverordening 2010 Den Haag 2018 aan de weg te plaatsen. [appellanten] exploiteren sinds 2016 een horecagelegenheid op het perceel [locatie] in Den Haag. Tijdens een controle op 18 december 2018 heeft een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat er een bedrijfsafvalcontainer tegen de voorgevel van de horecagelegenheid was geplaatst en dat er op dat moment geen afvalverwerkingsbedrijf bezig was de container te ledigen. Tussen partijen is niet in geschil dat dit in strijd is met artikel 14, eerste en tweede lid, van de Afvalstoffenverordening, gelezen in verbinding met artikel 11, eerste en tweede lid, van de Regeling.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
