ECLI:NL:RVS:2021:1696
Raad van State · 28-07-2021 · zaaknummer 202003254/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 26 oktober 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] voor een ontheffing van het verbod om een object in, op of boven het water te plaatsen of te houden, afgewezen. [appellant] heeft het [woonschip A] in 2015 gekocht. [woonschip A] neemt ligplaats in aan de [locatie] te Amsterdam. Onderdeel van de aankoop was, aldus [appellant], een gecombineerde toegangsvoorziening, ook terras, in de vorm van een dekschuit. Deze dekschuit ligt tussen [woonschip B], het eerste schip vanaf de wal, en [woonschip A], het derde schip vanaf de wal. Voor zowel [woonschip A] als [woonschip B] is een ligplaatsvergunning verleend. Volgens [appellant] ligt [woonschip A] vanaf het begin van de jaren ’80 op de derde rij, gecombineerd met de dekschuit op de tweede rij en [woonschip B] aan de wal op de eerste rij. De dekschuit is 4,25 meter breed en 18 meter lang.
Advocaten
- J. Rutteman
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
