ECLI:NL:RVS:2021:1675
Raad van State · 28-07-2021 · zaaknummer 202004866/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 15 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een aanvraag van [appellant] om ontheffing van de verplichting om op vrijdag en zaterdag zijn standplaatsen op de Haagse Markt in te nemen afgewezen. [appellant] was vergunninghouder op de Haagse Markt voor de vrijdag van standplaats 3.81 en voor de zaterdag van standplaatsen 1.84 en 1.85. Op 2 december 2016 is de Marktverordening Den Haag 2016 in werking getreden en op 1 januari 2017 het Marktreglement Den Haag 2016. Persoonlijke aanwezigheid van de vergunninghouder op de standplaats op de Haagse Markt werd in het Marktreglement weer als regel ingevoerd. Dit blijkt ook uit de toelichting bij de Marktverordening en de toelichting bij het Marktreglement 2016. Voorafgaand aan de invoering van de regelgeving is er een inloopavond georganiseerd, waarbij de aanwezigheidsplicht is besproken. De ondernemers zijn verder via een nieuwsbrief en door middel van een informatieboekje geïnformeerd over de nieuwe regelgeving.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
