ECLI:NL:RVS:2021:1669
Raad van State · 28-07-2021 · zaaknummer 202002457/1/R4
Inhoudsindicatie
Bij besluiten van 7 juni 2018 en 1 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heumen dwangsommen ingevorderd die volgens hem door [appellant] zijn verbeurd. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Overasselt (hierna: het perceel). Op 1 juli 2008 heeft [appellant] een bouwvergunning gekregen voor het bouwen van een aanbouw aan zijn woning. Op 10 maart 2016 heeft het college besloten om [appellant] een last onder dwangsom op te leggen, omdat hij een aanbouw in afwijking van de verleende vergunning van 1 juli 2008 had gebouwd. Deze last houdt in dat [appellant] de overtreding vóór 1 juli 2016 ongedaan moet maken. Na 1 juli 2016 verbeurt [appellant] € 1.500 en vervolgens € 1.500 per constatering van de overtreding. Dit met een maximum van één keer per maand en een maximumbedrag van € 15.000.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
