ECLI:NL:RVS:2021:156
Raad van State · 27-01-2021 · zaaknummer 202000801/1/R4
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 23 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 1 oktober 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld en meegedeeld dat de kosten daarvan op [appellant] worden verhaald. Op 1 oktober 2019 heeft een toezichthouder een doos aangetroffen naast een ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van de woning Columbusstraat 221. De toezichthouder heeft spoedeisende bestuursdwang toegepast door de doos te verwijderen. Bij besluit van 21 januari 2020 heeft het college dat bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift volgens hem niet binnen de bezwaartermijn, die volgens het college liep van 24 oktober 2019 tot en met 4 december 2019, is ingediend. [appellant] is het niet eens met dit besluit en heeft daartegen beroep ingesteld.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
