ECLI:NL:RVS:2021:1406
Raad van State · 30-06-2021 · zaaknummer 202005559/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 1 september 2020 heeft de burgemeester van Rotterdam een huisverbod voor de duur van tien dagen opgelegd aan [wederpartij]. [wederpartij] woont samen met zijn vrouw en twee kinderen in Rotterdam. Op 1 september 2019 heeft de vrouw van [wederpartij] ‘s middags de politie gebeld. Zij heeft tegen de politie verklaard dat [wederpartij] haar had geslagen en bedreigd met een keukenmes. De burgemeester stelt zich op het standpunt dat het vermoeden bestaat dat de aanwezigheid van [wederpartij] in de woning een gevaar oplevert voor zijn vrouw, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet tijdelijk huisverbod. Daarom heeft hij een huisverbod aan [wederpartij] opgelegd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
