ECLI:NL:RVS:2021:1205
Raad van State · 09-06-2021 · zaaknummer 202004140/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 18 maart 2019 heeft de korpschef van politie de voor [appellant] verleende toestemming als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, ingetrokken. De korpschef heeft bij besluit van 6 februari 2017 aan het bedrijf [bedrijf] toestemming verleend om [appellant] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wpbr. Op 10 juli 2018 is [appellant] door de politie verhoord als verdachte over een mishandeling die plaatsvond op 27 mei 2018 in [beachclub] in Bloemendaal, waar [appellant] op dat moment werkzaam was. [appellant] werd ervan verdacht dat hij een bezoeker twee vuistslagen tegen het linkeroog heeft gegeven. Naar aanleiding van de aangifte heeft de korpschef aan [appellant] het voornemen bekend gemaakt om de toestemming in de zin van artikel 7, tweede lid, van de Wpbr, in te trekken.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
