ECLI:NL:RVS:2021:1201
Raad van State · 09-06-2021 · zaaknummer 202004983/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 18 oktober 2019 heeft de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: het CBR) het rijbewijs van [appellant] vanaf 25 oktober 2019 ongeldig verklaard. De politie, eenheid Amsterdam, heeft [appellant] op 8 maart 2019 staande gehouden vanwege het vermoeden van rijden onder invloed van alcohol. Diezelfde dag is bij hem een ademanalyse uitgevoerd, waarbij een ademalcoholgehalte van 1110 µg/l (2,553 ‰) is gemeten. Daarop heeft de politie een mededeling aan het CBR gedaan als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 van het vermoeden dat [appellant] niet langer beschikt over de geschiktheid die is vereist voor het besturen van een motorrijtuig. Naar aanleiding van de mededeling van de politie heeft het CBR de geldigheid van het rijbewijs van [appellant] bij besluit van 11 april 2019 geschorst en hem een onderzoek naar zijn alcoholgebruik opgelegd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
